Barokcello

Home / Muziek / Instrumenten / Barokcello

Voor wie?
beginnelingen t.e.m. gevorderden: zowel studenten die al een opleiding klasieke cello in het DKO achter de rug hebben als studenten die hun muzikale opleiding op barokcello willen beginnen.

Welk instrument kan u gebruiken?
om met de lessen te beginnen kan een “moderne” cello “aangepast” worden met darmsnaren en zonder piek bespeeld worden. bij “ProArte” in Antwerpen is het mogelijk, een cello gemonteerd in barokstaat te huren voor een redelijke prijs van 22 euro/maand. Momenteel heeft de academie zelf nog geen barokcello te huur.

De lessen: op woensdag van 17:30 tot 19:30
Iedereen is welkom om een kijkje te komen nemen, om een beter idee te krijgen van de inhoud en sfeer van de cursus barokcello!

De cursus barokcello
Het begrip “barokcello” wordt binnen de cursus gebruikt voor het instrument en het repertoire gaande van de 17e tot de 19e eeuw. De bedoeling is om een kopie van een barokcello in “authentische” vorm te gebruiken : cello zonder piek, met darmsnaren, kortere strijkstok, enz…
Het originele repertoire wordt gespeeld (geen arrangementen) : dansen, suites, improvisatorische vormen, sonates, concerti, duos, allemaal muziek uit heel Europa …. en op een historische manier benaderd : wij spelen uit handschriften of fac-simili en originele uitgaves, gebruiken methodes en teksten uit de 18e en 19e eeuw als informatiebronnen…).
De basso continuo praktijk komt tijdens de les ook rijkelijk aan bod door het begeleiden van de andere barokcellisten en is een onmisbaar deel van de opleiding. Dit helpt elk student, vaardigheden eigen aan dit repertoire te ontwikkelen voor kamermuziek en ensemblespel.
De bedoeling voor iedereen die de cursus volgt is, om:
– algemene informaties omtrend barokmuziek en de historische uitvoeringspraktijk te krijgen
– dit te beleven binnen het repertoire van de cello en het samenspel in de les en het geheel te kunnen uitoefenen met de andere barokmuzikanten binnen (en soms buiten) de Academie.

Kleine historische overzicht van de barokcello
De barokcello is de voorvader van de klassieke, “moderne” violoncello. Hij maakte oorspronkelijk deel uit van de familie van de violen: ‘viola da braccio’ (letterlijk ‘armviool’), die zich vanaf de 15de eeuw ontwikkelt, parallel met de familie van de ‘viola da gamba’ (of ‘beenviool’). Deze twee snaarinstrumenten families bestonden naast elkaar in die tijd, maar werden in verschillende omstandigheden gebruikt : de vioolfamilie voor de dans en het begeleiden van feestelijke muziek (steden, dorpsfeesten, hof…) de gambafamilie voor de kamermuziek bij de burgers en aan het hof. Tijdens de renaissance werd de cello (‘basviool’ genoemd) uitsluitend gebruikt om de baslijn van de muziek te spelen, in een ritmische en harmonische functie, de viola da gamba daarentegen als ensemble- en solo-instrument. Begin 17de eeuw, bij de opkomst van de barok, krijgt elke instrumentale en vocale melodie een steunende begeleiding, ‘basso continuo’ genoemd. Daarbij spelen de barokcello en de klavecimbel een fundamentele rol als begeleidende instrumenten. De barokcello ontwikkelt zich vanaf dan als een onmisbaar basso continuo instrument in het orkest (opera, dans, symfonie) alsook bij kamermuziek. Door zijn volume en duidelijke articulatie vervangt hij de (zachte) viola da gamba in talrijke ensembles. Op het einde van de 17de eeuw is de basviool zodanig ontwikkeld dat het repertoire voor de barokcello als solo-instrument enorm uitbreidt. De barokcello wordt op zijn beurt een melodieinstrument en wordt begeleid door andere basinstrumenten (klavecimbel, cello, fagot, luit….) in een repertorium van canzona’s, ricercares, sonates, en later ook concerti. In de klassieke periode behoudt de cello deze begeleidende en melodische eigenschappen. Nieuw zijn wel een repertoire van duos ( 2 celli of cello-viool/ cello-fagot) en de ontwikkeling van het strijkkwartet.