Barokhobo

Home / Muziek / Instrumenten / Barokhobo

Een barokhobo is een houten blaasinstrument zoasl het werd bespeeld in de 17de eeuw.  Ze is gemaakt van buxus en heeft als mondstuk een dubbel riet.  Dit zijn twee dunne stukjes bamboe die tegen elkaar liggen en op een tube worden gebonden.

Hoe wordt de hobo bespeeld ? Door lucht in het rietje te blazen, ontstaat de klank.  Uit het rietje alleen komt ook al klank.  De toon van de hobo kan zangerig en doordringend, maar ook heel grappig klinken.  De vingers worden op de gaatjes en kleppen geplaatst.  Door de vingerzetting te veranderen, bereik je een andere toonhoogte.

Hoe kan ik een hobo meenemen ? Het instrument bestaat uit drie delen, die je in een handig koffertje kan opbergen.

Hoeveel kost een hobo ? Een hobo kost tussen € 1500 en € 2000.  Tweedehands vind je soms ook goede instrumenten, maar raadpleeg steeds je leerkracht alvorens tot een aankoop over te gaan.

Kan ik een hobo huren ? In de academie kan je een hobo ontlenen voor drie schooljaren (afhankelijk van de beschikbaarheid).  De huurprijs is € 31 voor één schooljaar.

Welke muziek kan ik spelen ? Op de barokhobo wordt het repertoire gaande van de 17e tot de tweede helft van de 18de eeuw gespeeld. Het originele repertoire wordt gebruikt (geen arrangementen) : dansen, suites, improvisatorische vormen, sonates, concerti, duos, allemaal muziek uit heel Europa …. en op een historische manier benaderd : wij spelen ook uit handschriften of fac-simili en originele uitgaves, gebruiken methodes en teksten uit de 18e en 19e eeuw als informatiebronnen…)

Zou ik een hobo kunnen bespelen ? Ben je normaal gebouwd met tien vingers én kan je elke dag een beetje tijd (ongeveer 30 minuten) vrijmaken om te oefenen ? Dan kan je beslist ook hobo spelen.

Waar kan ik terecht als hoboïst ? In de academie kan je deel uitmaken van samenspelgroepen en kamermuziekensembles. Er word took jaarlijks een samenspeldag georganiseers.

Wist je dat… … een hoboïst zijn rietjes zelf maakt ?  In het begin doet de leraar dit voor jou! J.S.Bach bedeelde de hobo steeds een mooie rol toe in zijn cantates. Speelplezier verzekerd!

Waarom zich toeleggen op oude instrumenten, terwijl de moderne instrumenten een veel hogere graad van perfectie bereikt hebben? Citaat van Marcel Ponseele

Inderdaad, waarom nog langer sukkelen met zeer ingewikkelde vingergrepen en primitieve klepjes! ? ! Om die gedrevenheid nader te verklaren moeten we even de geschiedenis induiken. 
Tot de 17de eeuw was de hobo een vrij luid instrument dat vooral tijdens openluchtmanifestaties ter gehore werd gebracht. De Grieken kenden de aulos, de Romeinen de tibia; door de kruisvaarders werd de schalmei in onze gewesten geïntroduceerd. Lodewijk XIV had een militaire kapel bestaande uit 6 hautbois, 3 tailles (hobo in f) en 3 fagotten. Hij beschikte eveneens over een strijkorkest “les 24 violons du roi”. Om die twee groepen te laten samenwerken was er echter een akoestische ingreep nodig om de zeer luide blazersgroep met de zoetgevooisde violen te laten versmelten.
De gebroeders Hotteterre (2de helft 17de eeuw) zijn aan het experimenteren geslagen en hebben de schalmei omgebouwd tot de barokhobo. Door de stemming van de schalmei (A=465′) te verlagen naar A=392′ wordt de toon zoeter en mengt de klank zich beter met andere instrumenten.
Eind 17de en begin 18de eeuw treffen we overal in Europa Franse hoboïsten aan. Bach componeert de mooiste aria’s, Händel maakt er dankbaar gebruik van in zijn opera’s en oratoria . Vivaldi schrijft een 40tal concerto’s…
Maar in de tweede helft 18de eeuw wordt de stemming hoger (A=430′) (is dit een gevolg van de spanningen in de wereld? de Franse revolutie? en moeten er nieuwe instrumenten gebouwd worden. De barokhobo met zijn brede boring (nauwste punt 6,2 mm) wordt vervangen door een slankere hobo met een nauwere boring (nauwste punt 4,5 mm). De ronde klank van de barokhobo moet plaats maken voor het nasalere geluid van de klassieke hobo. In de klassieke hoboliteratuur is duidelijk te merken dat dit instrument minder door de componisten geapprecieerd werd. Na Mozart is er weinig of geen solomuziek voor hobo geschreven. De hele 19de eeuw is één en al experiment op blaasinstrumentengebied; de fluit wordt helemaal herzien door Th. Boehm, de klarinet leidt A. Sax naar de saxofoon. Alleen de hobo raakt niet uit zijn isolement. Slechts op het einde van de 19de eeuw wordt de hobo weer als volwaardige partner gezien. De vrij scherpe toon wordt door volle kleppen afgedekt.
De oorzaak van het grote probleem waar ze een eeuw lang mee geworsteld hebben, lag bij het verhogen van de stemming. De boring van het model na de barokhobo was quasi authentiek aan de middeleeuwse schalmei; de aanpassing van het barokke kamermuziekinstrument naar de klassieke hobo was dus niet echt een succes te noemen maar we kunnen veeleer spreken van een stap achteruit.

De ingetogen klankkleur van de barokinstrumenten heeft vele musici aangesproken. De magische tonen hebben een enthousiast publiek ingepalmd. Op de cd.markt kennen de opnames met historische instrumenten enorme successen …Het rijke kleurenpallet waar de grootmeesters, denken we hier in de eerste plaats aan J.S. Bach, mee werkte is gedeeltelijk herontdekt.